Gedrag, Voeding

Kunnen paarden zelf kiezen wat ze nodig hebben?

Een paard dat plots topjes van distels begint te eten.
Een hond die doelgericht gras eet.
Of een kat die zich intensief rolt in een bepaalde plant.

Toeval? Of zit er meer achter?

Binnen de wetenschap bestaat daar een term voor: zoopharmacognosie.
Een mondvol, maar in essentie betekent het simpelweg: dieren die stoffen uit hun omgeving selecteren die een specifieke biologische interactie kunnen hebben.

Hoe komt dat dan? Gelukkig wordt dit al een hele tijd geobserveerd!

Wat is zoopharmacognosie precies?

De term werd populair gemaakt door de bioloog Michael Huffman, die gedrag bij wilde chimpansees onderzocht.

Zoopharmacognosie verwijst naar: 

Het vermogen van dieren om planten, klei, insecten of andere natuurlijke bronnen te selecteren op een manier die afwijkt van hun normale voedingspatroon. Dit wordt in verband wordt gebracht met specifieke fysiologische effecten

Belangrijk:
het gaat hier niet om “bewuste geneeskunde”, maar om gedrag dat ontstaat uit interactie tussen instinct, ervaring en lichaamssignalen.

Hoe wordt dit onderzocht?

Een van de bekendste voorbeelden komt uit onderzoek bij chimpansees in Afrika. Onderzoekers zagen dat chimpansees soms zeer specifieke, bittere bladeren selecteren en deze niet kauwen, maar in hun geheel doorslikken

Later werd vastgesteld dat deze bladeren een ruwe structuur hebben en stoffen bevatten die in studies worden geassocieerd met interacties met parasieten

Dit gedrag werd vooral waargenomen bij individuen die tekenen van malaise vertoonden—zoals minder activiteit of verminderde eetlust.

In het Amazonegebied verzamelen groepen papegaaien zich dagelijks op zogenaamde “clay licks”—plekken waar ze klei eten.

Onderzoek suggereert dat de klei bepaalde plantcomponenten kan binden en zo interacties in het spijsverteringskanaal beïnvloedt. Veel van deze papegaaien eten zaden die stoffen bevatten die in hoge concentraties minder gunstig kunnen zijn. De combinatie van voeding en kleiconsumptie lijkt dus

Ook is in verschillende gebieden waargenomen dat herten:

  • selectief bepaalde planten eten
  • vooral op momenten die samenhangen met verhoogde fysiologische belasting (vachtwisseling, seizoenswissels,...)

Sommige van deze planten bevatten hoge concentraties tannines of andere secundaire stoffen. Deze selectiviteit is opvallend!

En bij paarden dan?

Bij paarden wordt zoopharmacognosie minder uitgebreid in het wild bestudeerd, maar er zijn wel observaties:

Paarden die variëren tussen grote verscheidenheid in boomschors, kruiden en verschillende plantensoorten

Langere tijd aan specifieke planten knabbelen en daarna weer overschakelen

Selectiegedrag wanneer er meer biodiversiteit beschikbaar is

Het gedrag verandert wanneer de keuzemogelijkheden veranderen!

Wat zegt de wetenschap?

Zoopharmacognosie is een fascinerend veld, maar ook een waar nog veel onzekerheden zijn. Wat we wél weten:

Dieren maken soms zeer specifieke keuzes

Die keuzes wijken af van standaard voedingsgedrag

Er is in meerdere gevallen een link met de werking van wat ze eten en hun noden.

Wat we nog niet volledig begrijpen is in hoeverre dit instinctief of aangeleerd is, hoe consistent dit gedrag is en welke mechanismen exact een rol spelen.

 

Tot slot

Zoopharmacognosy laat ons eigenlijk iets heel bijzonders zien, iets wat we soms een beetje vergeten:

Dieren zijn geen passieve eters.

Ze reageren voortdurend op wat hun lichaam nodig heeft én op wat hun omgeving hen aanbiedt. Gedrag speelt daarin een veel grotere rol dan we vaak beseffen.

Misschien zit de echte kracht dus niet alleen in wat een paard krijgt aangeboden, maar ook in het feit dat het zélf keuzes kan maken.

Dat betekent natuurlijk niet dat paarden automatisch altijd “weten” wat veilig is. Een paard kan nog steeds giftige planten eten. Zeker wanneer giftige planten bijvoorbeeld gedroogd in hooi zitten, kunnen paarden die vaak niet meer goed herkennen of proeven. Daarnaast groeien onze paarden tegenwoordig meestal niet meer op in enorme, biodiverse gebieden vol verschillende ecosystemen. Ze leren dit gedrag ook niet meer vanzelf van generatie op generatie, zoals vroeger wel gebeurde — van merrie op veulen, en weer verder.

En eigenlijk is dat ergens ook logisch. Wij nemen als mensen, bewust én onbewust, ontzettend veel keuzevrijheid weg van onze paarden. Soms is dat absoluut nodig. Mijn eigen paarden zouden zich zonder enige twijfel dood eten aan eikels als ze de kans kregen. Maar tegelijk denk ik ook dat we bepaalde gedragingen deels zelf hebben mee gevormd, simpelweg doordat paarden vandaag vaak zo ver verwijderd leven van hun en de natuur en kansen tot exploratie.

Goed, genoeg gepreekt weer.

Ik zou vooral zeggen: ga eens op snackwandeling met je paard. Laat hem eens rustig snuffelen, onderzoeken en kiezen onderweg. Kijk eens wat hij zelf selecteert.

Los van leerzaam, is het ook heel gezellig!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *